Jaap's blog

 

 
Hieronder vindt u vragen met antwoorden, maar ook van ontdekkingen en uitleggingen die ik graag met u wil delen.
 

 
Kol.2:13-14

Hier lezen we: samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, 14 en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen.

Om dit beter te begrijpen, is het goed Joh.19:19 te lezen: En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING VAN DE JODEN.

Wanneer iemand aan het kruis genageld werd, werd boven het opschrift bevestigd met daarop de beschuldiging. Jesjoea stierf in onze plaats, met boven Hem geschreven onze overtredingen. Dit is niet de Tora. Vgl. met een boete voor een verkeersovertreding.


 
Matt.24:43

Hier lezen we: Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. Jesjoea is komende. Hij zal komen als een dief, Op.3:3. De dag van de Heer als een dief in de nacht, 2Ptr.3:10. In oude tijden waren er drie nachtwakes. In Richt.7:19 lezen we over de middelste nachtwake. De nacht werd verdeeld in de avondwake “tussen twee avonden”, ca 18.00-22.00 uur. Middelste “duisternis” 22.00-02.00 uur. Morgenwake “dageraad” 02.00-06 uur. In Jesjoea Zijn tijd op aarde, hadden de Joden de Romeinse indeling overgenomen. Zij hanteerden 4 nachtwakes, Mc.13:35. 1e “laat op de dag”, ca 18.00-21.00 uur, 2e nachtwake, Lc.12:38, 21.00-24.00 uur. 3e “hanengekraai”, 00.00-03.00 uur, Mc.14:30, Lc.12:38. De 4e 03.00-06.00 uur, “vroeg in de morgen”, Mt.14:25. Zou Jesjoea in deze nachtwake komen, lopend over de volkerenzee? Laten we waakzaam zijn en uitzien naar de dag dat Jesjoea komt om de macht van de duisternis te binden, om gebondenen vrij te maken en licht te brengen.


Jer.31:34

Hier lezen we: Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken JHWH, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt JHWH. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken. Op de eerste dag van het Loofhuttenfeest, georganiseerd door Stichting Moadim, www.moadim.nl, mocht ik, Jaap Heeringa, spreken over deze tekst. Nadat de ongerechtigheden op de Grote Verzoendag weggedaan waren, zou een ieder JHWH kennen. Loofhuttenfeest is een voorafschaduwing van het komende Messiaanse Rijk, het 1000 jarige rijk, waar Jesjoea als Koning zal heersen en de Satan gebonden zijn en niemand misleiden kan. Vanuit Sion zal de wet uit gaan en het woord uit Jeruzalem, Jes.2:3. Dit zal leiden dat JHWH, Israels God zal zijn en zij Zijn volk. Op de toekomstige Groete Verzoendag zal JHWH een nieuw verbond sluiten met Israel. Dan zullen ze Man en vrouw zijn. Het Hebreeuwse jada יָדַעbetekend niet alleen, kennen, maar ook bekennen, intimiteit, gemeenschap. “Adam bekende Eva” Gen.4:1, SV. Het bijzondere dat het woord moadim, (gezette tijden, Lev.23) komt van het woord ja’ad, יָעַד , wat tijd of plaats afspreken betekend. Ziet u dat de woorden de zelfde stamletters hebben. De beste situatie om iemand te leren kennen is om een afspraak te maken.


Mogen we een dood gevonden dier eten?

In Deut.14:21 lezen we: 21 U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. Dit is een tegemoet koming aan de regel van Ex.22:31, vanwege het wonen in bewoond land. Het nakomen hiervan bevordert “want u bent een heilig volk  voor JHWH”. Lev.17:15 is ook al een tegemoetkoming op Ex.22:31 voor de woestijnperiode. Bloed eten blijf verboden. Bij het eten van dood gevonden/verscheurde of aas van ONREINE dieren is men onrein tot de avond, tot zonsondergang. Ex.22:31 is een tekst uit het verbondsboek (Ex.20 t/m 23, 24:3-7). Daar wordt gesteld dat dood gevonden/verscheurde of aas voor de honden is. Vanaf  Deut.14:21 mag het verkocht worden aan de vreemde, de buitenlander. Deze hoorde niet tot het volk. Daarnaast mocht het ook gegeven worden aan de vreemdeling die onder hen woonde, deze was echter dan wel onrein tot de avond, zoals de ingeborene. In Hand.15:20,29 wordt de nieuw toegetreden heidenen verboden van het verstikte te eten. De vier daar genoemde verboden staan alle in Lev.17 en 18. Ze zijn de minimale eis om in de synagoge te komen, om daar meer te leren hoe het verder zit in en met de Tora, voor degene die bij het volk van JHWH wil horen, Hand.15:21.


Mag een haas/konijn gegeten worden?

Hier nog een vraag vanuit de gemeente. De opmerking was een haas herkauwd toch? Deut.14:7, 7 Maar de volgende, die alleen herkauwen, of die alleen gespleten hoeven hebben, mag u niet eten: de kameel, de haas en de klipdas . Zij herkauwen immers wel, maar hebben geen gespleten hoeven; zij zijn voor u onrein. (vgl.Lev.11:6) Een haas herkauwd door zijn zachte keutels op te eten, waarna ze verteerd als harde keutels er weer uit komen.


Hoe om te gaan met Gods leefregels

Uit verlangen hield Abraham Gods leefregels (Gen.26:5). Hij stond er voor in de bres. Hij wandelde net als zijn voorvaders Noach, Henoch en Adam met God. God en Zijn Woord en Geest zijn één. Het volk Israël zei: “al wat JHWH gesproken heeft zullen we doen…”, maar er was geen verlangen. Ze werden ongehoorzaam. Zo kwam er een ‘moeten’. Israël moest zich houden aan de leefregels. Er werden consequenties aan verbonden, maar ook regels om hun zondebesef bij te brengen (Gal.3:19). Er werden offers ingesteld, maar ook de gedenkkwasten (Num.15:40), opdat het volk God’s leefregels zou herinneren. Dit alles tot Christus, Messias Jesjoea. Hij die het volk leerde de regels op de juiste manier toe tepassen met de verdieping van diezelfde regels. Daarnaast voorzag Hij ook in het volmaakte offer. Door Hem kwam er weer verlangen. God’s Geest helpt God’s leefregels te leven.


Uit God geboren, zondigt niet.

In 1Joh.3:6 lezen we, Ieder die in Hem blijft, zondigt niet.  Uit de context blijkt dat zonde wetteloosheid is. Vers 4, Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. In vers 5 staat dat in Jesjoea geen zonde, dus geen wetsovertreding is.  Zonde is er in Hem niet. Vers 6 wil ons zeggen: als we in Jesjoea blijven, doen als Jesjoea, overtreden we de wet niet. Rechtvaardig is de wet naleven. Het naleven, het doen als Jesjoea is rechtvaardigheid. In hfst 1:5 – 2:2 wordt ons duidelijk gemaakt dat we weer kunnen zondigen. 1Joh.3:6 is een actie van voortgang. We zijn van bovenaf verwekt ‘wedergeboren’ en groeien in de baarmoeder, de gemeente. Het zal uiteindelijk zal leiden tot het volmaakte, het geboren worden in Gods Koninkrijk, bij de opstanding, in een verheerlijkt lichaam. Vers  9 zegt: Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is. En vers 2: Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

De griekse woorden die hier, maar ook in 1Joh.5:1, voor geboren gebruikt worden komen van: gennao, waar onze woorden generen en generatie van afgeleid zijn,  wat betekent: mnl. verwekken, voortbrengen, vrl. Baren. Concreet: voortplanten een afstammeling, produceren nakomelingen; passief, geboren worden, “verwekt”. Het zelfde woord vind je ook in Matt.1:20. De nieuwe mens die in ons verwekt is, is uit God en zondigt niet. Rom.8:16: Gods Geest met onze geest bekennen dat wij kinderen van God zijn. In Joh.3:3 zegt Jesjoea dat we opnieuw geboren (lett. van boven verwekt, anothen gennethe) moeten worden om het Koninkrijk te zien.  Een ongeboren kind is al een kind van de ouders.


Was het oorspronkelijk bijbelboek Mattheus in het Hebreeuws?

Er zijn die zeggen dat het boek Mattheus oorspronkelijk in het Hebreeuws is geschreven. Dit omdat er zoveel Hebraismen in zitten. Eusebius meldt dat Papias (ca.100 n.C.) zegt dat Mattheus woorden van Jesjoea op schreef in het Hebreeuws. Je kunt zeggen Mattheus zijn aantekeningen. In Jesjoea’s tijd sprak men overwegend onderling Hebreeuws/Aramees, maar schreef en las overwegend in het Grieks. Iets wat je ook hier in Friesland ziet. Toen Mattheus het evangelie in het Grieks schreef, gebruikte hij daarvoor het evangelie door Marcus en zijn aantekeningen. Mattheus schreef zijn evangelie vanuit het gezichtspunt van Jesjoea de leraar. Marcus – Jesjoea als evangelist, Lucas – Jesjoea als profeet en Johannes – Jesjoea als herder. Mattheus vergelijkt Jesjoea met Mozes, de leraar van Israel en ziet hem als de tweede Mozes. De vernieuwer van de Tora. Degene die het volk terug brengt naar de Tora. Vgl. de bergrede, Matt.5. Maar ook Jesjoea als tweede Jozef. “de zoon van Jozef, de zoon van Jacob”, Mat.1:16. “Hij zal Zijn volk verlossen”, vs.21. Jozef 6 dromen, Mattheus 6 dromen. Binnen het Jodendom kent men Messiach ben Joseef, messias zoon van Jozef, de lijdene messias, vgl.Jes.53. In de opbouw van het evangelie volgt Mattheus de geschiedenis van Israel. Jesjoea is de personificatie van Israel. “Uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen”, Matt.2:15. Kindermoord (vs.16-18) – jongentjes verdronken in de Nijl. Doortocht – doop, woestijn - verzoeking, intocht Kanaän – prediking Galilea. Mattheus maakt van overal twee van, bv twee blinden. Want bij twee of drie staat het vast, vgl. Matth.18:15-22, Deut.17:6, 19:15. Sjem Tov ben Shaprut, Spanje, geb.1385, een ongelovige Joodse theoloog, onder de tot Christen gedwongen Joden, schreef een Hebreeuws Mattheus vertaling. Beweerde dat hij daarvoor oud Hebreeuws excemplaar had gebruikt. Deze rabbinale vertaling is anti Jesjoea als Messias. Daarom staat er b.v. : de is het geslachtsregister van Jezus, de zoon van David, etc. Christus weggelaten. Daarnaast bestaat er nog een Hebreeuws Mattheus, door Bisschop Jean du Tillet, ca.1555.


Oorsprong besprengen / begieten

Er wordt verondersteld op basis van enkele teksten, dat het besprengen van kleine kinderen voorkwam (kinderdoop). Besprengen kwam voor, maar niet als kinderdoop. We lezen er al over in de Tenach. In Ex.24 moet Mozes het volk en altaar besprengen na de verbondssluiting bij de Sinai. Ook bij een reinigings ritueel werd hij/zij besprenkeld, Num.19:17-19. Ook bij inwijdingen komen we besprenging tegen. Ex.29:21, Lev.8:11. Veel van deze tradities zien we nog bij de Rooms Katholieke Kerk. Met de opkomst van het Frankische Rijk, werden overwonnen volken gekerstend. In de 8ste eeuw zien we dat vele priesters in Frankrijk begonnen te begieten of te besprengen. Zij veroorloofden dit, waar onderdompeling moeilijk, of onuitvoorbaar was. Zo’n handelswijze werd echter in deze gevallen niet kerkelijk, als heilig erkend. Paus Stephanus II werd gevraagt of het geoorloofd was in geval van ziekte, kinderen met water uit de hand of uit een vat te besprengen of te begieten. Antwoord was dat het in zo’n geval toegediend was in de naam van de Drieëenheid het als geldig beschouwd werd. Door dit antwoord van de Paus werd de besprenging voor de eerst maal erkend. De geleerde Basnage merkt daarover aan, “dat het antwoord van de Paus de besprenging slechts in geval van hoge noodzakelijkheid toeliet” “dat al zo de Pauselijke beslissing het onderdompelen bij de openbare doop niet veranderde en dat dit niet vroeger geschiedde, dan 557 jaar daarna, toen het Concilie in Ravenna, in het jaar 1311 verklaarde, dat het van gelijke betekenis was, of men onderdompelde dan wel besprengde. In de loop van tijd werd echter het Frankische bespregen meer algemeen. In een boek dat in 1556, in Geneve uitgeven werd en door Calvijn aanbevolen, wordt een prediker aanbevolen”water in de hand te nemen en de kinderen op het voorhoofd te sprengen”. Bron o.a. De Boodschapper, dec.1993.


Piedjon haben

Binnen het Jodendom is men gewoon op Piedjon (pidyon) haben (let. Loskonig van de zoon) te doen. Dit is de loskoop traditie op basis van Ex.13 en Num.18:16.

Na een vraaggesprek met de vader, en de betaling van 5 sjekel, neemt de cohen het kind op en steldt het aan God voor. Vervolgens wordt de baracha over de wijn uitgesproken, die daarna door de ouders en de cohen gedronken wordt. In Luc.2:28 vv lezen dat dit ook met Jesjoea gebeurde. In Hebr.12:23 worden gelovigen eerstgeborenen genoemd. De opdraagtraditie vindt hierin zijn oorsprong.


 
Zorgdrager

We kennen in onze gemeente geen lidmaatschap, maar zorgdragerschap. Door de doop door onderdompeling zijn we lid geworden van het Lichaam van Messias Jesjoea. Zorgdragen is een gevolg daarop. In 1Kor.12:11-31 lezen we over het lichaam en de leden. Wat Paulus hier aanhaald, is naar de Romiense fabel van Menenius Agrippa. De Plebes begrepen na Menenius betoog dat je voor elkaar een hand en voet moet zijn. In vs.25 staat dan:opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen. Als gelovigen zorgdragen in de gemeente waar je je thuis voelt. Dit zorgdragen kan zich uitten in verschillende taken en bedieningen, tot opbouw van de gemeente. Paulus doet een oproep tot dienstbaarheid. Met elkaar de schouders eronder. Hoe klein of groot je dienst is. Draag zorg voor je gemeente. Wees er trots op. Met elkaar een huis bouwen is een hele klus, streef daarom naar de hoogst gave. Wanneer je gedoopt bent door onderdompeling, je conformeert aan de koers van de gemeente, en met anderen de schouders er onder wilt zetten, kun je zorgdrager worden. Bouw je mee? Tot meer betrokkenheid.


Vervloeking Kanaän

Tijdens de bijbelstudie in het studiehuis vroegen we ons af hoe we Gen.9:18-27 moesten lezen. Cham ziet de naaktheid van zijn vader en Kanaän wordt vervloekt. Omdat in vs 18 staat van Cham is de vader van Kanaän. En in vs.22, Cham, de vader van Kanaän. En in vs.24 wat de jongste zoon gedaan had. Kwamen tot de conclusie. Kanaän, de jongste kleinzoon (jongste zijn zoon) had Noach gezien. onsmakelijk dit aan zijn vader verteld, die ook zag en het zijn broers vertelde.


 Wat brengt 2017.

Hondert jaar, zeventig jaar, vijftig jaar na een bijzondere gebeurtenis. Vijftig jaren. 1897 – 1947, eerste zionistische congres in Bazel – delingsplan VN, 1917 – 1967, Balfour-verklaring – Jeruzalem herenigt, 1967 – 2017, Hondert jaar. 1917 – 2017. Zeventig jaren. 1897 – 1967, eerste zionistische congres in Bazel – Jeruzalem herenigt, 1947 – 2017, delingsplan VN – 2017, wat zal 2017 ons brengen? Zach.1:12-15,12 Toen antwoordde de ​Engel​ van de HEERE en zei: HEERE van de legermachten, hoelang is het nog dat U Zich niet ontfermt over Jeruzalem en over de steden van Juda, waarop U deze zeventig jaar toornig bent geweest? 13 De HEERE antwoordde de ​Engel​ Die met mij sprak met goede woorden, troostrijke woorden. 14 De ​Engel​ Die met mij sprak, zei tegen mij: Predik: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Met grote na-ijver zet Ik Mij in voor Jeruzalem en voor Sion. 15 Maar Ik ben zeer toornig op die zorgeloze heidenvolken.Het betreft hier de 70 jaren uit Jer.25:11-12, 29:10. Ook aangehaald in 2Kron.36:21, Ezra.1:1 en Dan.9:2. Dit tot vergoeding van de niet gehouden sabbatsjaren, 2Kron.36:21, Lev.26:43.

 Bijzondere consellatie op 23 september 2017.

Maan, Zon en Jupiter (bij de Joden bekend als de planeet van de Messias) ten opzichte van het sterrenbeeld Maagd. Mercurius, Venus en Mars met de 9 sterren van het sterrenbeeld Leeuw boven haar hoofd. Vgl. Openb.12:1, 1 En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een ​kroon​ van twaalf sterren.


Pesach – sedermaaltijd.

Aan het begin van de 14e Nisan, zondagavond 8 april wordt weer op diverse plaatsen, in kleine groepjes dit gevierd. In de tijd daarvoor zal er een inventarisatie worden gedaan. Welke groepjes er zijn en wie nog geen plek heeft. Op deze avond wordt stil gestaan bij het laatste Pascha dat Jesjoea vierde. Bij Zijn sterven. Bij dat Hij die middernacht overgelevert werd de machten van de aarde. Vanaf dat moment begon de 3 dagen en 3 nachten, dat Hij in het ‘hol van de leeuw’ zou zijn. Matt.12:40. Deze nacht was ook de nacht dat de verderver de eerstgeborenen van de Egyptenaren dode, Ex.12:23, 29, Hebr.11:28. Op de avond van 9 april, het begin van de 15e wordt de uittocht gevierd en het begin van het Ongezuurdebrodenfeest.